een project van Tot Heil des Volks
menu
Ervaringsverhalen
30-09-2015

Het verhaal van Carlos

De Portugese havenstad Portimão ligt in een streek met veel zon, strand en imponerende rotspartijen. In die idyllische omgeving groeide Carlos op. Zijn jeugd was echter minder idyllisch. Carlos’ vader was streng en sloeg hem vaak. Zijn zoon was in zijn ogen te soft, niet macho genoeg. Hij schold hem uit voor ‘mietje’, ‘flikker’ en ‘meisje’. Ook Carlos’ moeder werd door zijn vader geslagen en gekleineerd. ‘Mijn vader geloofde dat je man werd door straf’, aldus Carlos. Al op de basisschool voelde Carlos zich een buitenbeentje. In meisjes zag hij niet zoveel, wel voelde hij zich aangetrokken tot de jongens uit zijn klas. Zijn buurjongetje voelde dit aan en dwong hem op een middag om seksuele handelingen bij hem te verrichten. Carlos was bang en weigerde. Het buurjongetje reageerde boos. Als wraak bazuinde hij overal rond dat Carlos homo was, waardoor hij nog meer alleen kwam te staan.

Jehova’s getuige
De buurvrouw van Carlos’ familie was Jehova’s getuige. Zij kwam regelmatig over de vloer om te vertellen van haar geloof. Carlos was onder de indruk van haar verhalen. Carlos’ vader, die communist was, moest echter niets van de preken over Jehova hebben. Toen de buurvrouw druk op de familie ging uitoefenen om net als zij langs de deuren te gaan, verbood Carlos’ vader zijn familie om nog langer contact met haar te onderhouden.
‘De buurvrouw praatte vaak over de duivel’, herinnert Carlos zich. ‘Dat de duivel altijd kan binnenkomen, zelfs als de deur op slot zit. Die verhalen maakten mij bang. Ik voelde mij slecht en zondig. Vooral over mijn homoseksuele gevoelens.'

Homobars
Die gevoelens van schuld en angst leken zijn homoseksuele neigingen alleen maar te versterken. In de weekenden bezocht Carlos regelmatig homobars. Daarvan waren er twee in Portimão, beide met een Nederlandse eigenaar. Op een warme zomerdag ontmoette Carlos in een van deze bars Jaap, een lange Nederlander. Carlos was toen 18, Jaap 29. Carlos voelde zich tot Jaap aangetrokken. Opmerkelijk genoeg leek Jaap qua karaker wel wat op Carlos’ vader. Hij was streng, maakte snel ruzie en was een harde werker. In Portugal runde hij een camping. Maar Jaap had ook een andere kant. Als Carlos zich zorgen maakte en in de knoop zat met zijn gevoelens, kalmeerde Jaap hem. Na een jaar trok Carlos bij Jaap in. Dit tot groot verdriet en woede van zijn ouders.

Naar Nederland
Bij Jaap in huis vond Carlos evenmin rust. Met de camping deed Jaap geen goede zaken. De gemeente van Portimão wilde geen vergunning geven. Bovendien waren er in het gebeid veel elektrische schommelingen, waardoor er regelmatig elektrische apparaten doorbrandden. Tijdens een warme zomerweek – de camping was volledig volgeboekt – gebeurde dit met de waterpomp. Een week lang was er op de camping geen water te krijgen. De campinggasten toonden weinig begrip en eisten hun geld terug. Voor Jaap was dat de druppel. Hij besloot naar Nederland terug te gaan. Carlos ging mee.

De twee vestigden zich in Amsterdam. Daar volgde Carlos een studie Frans en richtte hij samen met Jaap een taleninstituut op. Aanvankelijk deden ze goede zaken, maar emotioneel groeiden Carlos en Jaap uit elkaar. ‘We waren ook wel erg verschillend’, zegt Carlos. ‘Jaap is een echte Nederlander. Calvinistisch, een harde werker. Als Portugees vind ik het geen probleem om zaken een paar dagen op hun beloop te laten.’

Eenzaamheid
Om de eenzaamheid tegen te gaan, dook Carlos vaak de kroeg in. Daar zette hij het op een drinken. Na een avond waarop hij fors had dronken, belandde hij in bed met een man. De volgende dag maakte zich een hevige angst van hem meester. ‘Het voelde alsof zelfmoord de enige weg was om mij van die angst te bevrijden.’ Hij vermoedde dat die angst van doen had met zijn seksuele escapade van de afgelopen nacht en besloot een waarzegster te bezoeken. Dit was een Antilliaanse met wie hij vaker contact had.

De waarzegster legde tarotkaarten en bevestigde Carlos’ vermoeden: seksueel contact met andere mannen was niet goed voor hem. Dus besloot Carlos zijn leven anders in te richten. Minder drinken, geen seks meer met mannen. Dat hield hij twee jaar vol. Tot hij in beschonken toestand opnieuw seksueel contact had met een andere man. De waarzegster, die hij de volgende dag opzocht, reageerde furieus. God geloofde niet meer in hem, zo beweerde ze. Hij was opgegeven.

De wanhoop nabij
Een paar dagen later raakte hij in Amsterdam Zuidoost aan de praat met een groep evangelisten. Zij vertelden hem over het Evangelie. Mensen die weigerden Jezus als Verlosser te aanvaarden, gingen naar de hel, waarschuwden de evangelisten.. Maar als je Jezus aanvaardde als Heer, had de zonde geen heerschappij meer over je en werd je gered. Woorden die Carlos raakten. ‘De evangelisten vertelden dat er een nieuw leven mogelijk was. Dat klonk mij als muziek in de oren.’

Vanaf die dag besloot hij Christus te volgen. Met vallen en opstaan. De verleiding van de drank was niet plotseling verdwenen. Gedreven door eenzaamheid had hij, een paar maanden na zijn bekering, na een avond vol drank opnieuw seksueel contact met een man. De volgende dag was hij de wanhoop nabij. Hij dacht dat hij aids had opgelopen. Een aidstest wees gelukkig uit dat dit niet zo was. En opnieuw waren het straatevangelisten die Carlos ervan overtuigden dat hij niet was opgegeven.

Spoor van verandering
Carlos raakte betrokken bij een christelijke gemeente. Paul, een man uit die gemeente, hielp hem verder op het spoor van verandering. Paul had een verleden in de gay-scene en was jarenlang aan drugs verslaafd geweest. Aan Carlos vertelde hij hoe hij, met Gods hulp, loskwam van zijn verslaving en vroegere levensstijl.

Op advies van Paul zocht Carlos contact met stichting Different. De gesprekken daar leerden hem om zijn vader beter te begrijpen. ‘Mijn vader is alleen grootgebracht door zijn moeder, mijn oma dus. Zij was niet getrouwd en moest elke dag hard werken om rond te komen. Elke keer als mijn oma thuiskwam van haar werk, sloeg ze mijn vader met de zweep.’ ‘Bij Different heb ik meer zicht gekregen op de man in mij die God heeft bedoeld. Er zit nog steeds pijn. Door de harde opvoeding van mijn vader ben ik erg gevoelig voor afwijzing.. Dat gevoel zit diep. Maar als ik terugkijk, zie ik dat God mij stap voor stap leidt.’

Alle namen in dit verhaal zijn gefingeerd.

 

Cookies helpen om u een betere gebruikerservaring te bieden. Door gebruik te maken van onze website, gaat u akkoord met ons gebruik van cookies. OK Meer informatie