een project van Tot Heil des Volks
menu
Artikelen
01-10-2015

Ouders van homoseksuele kinderen

Elke keer als ik in contact kom met ouders van kinderen met een homoseksuele gerichtheid, merk ik wat een impact dit op hen heeft. Ik merk dat ze de behoefte hebben erover te praten. In hun verhaal klinkt emotie door. Hoe komt het dat dit gegeven hen emotioneel zo raakt?

We hebben in ons leven te maken met allerlei relaties. Er zijn mensen met wie we gedurende een bepaalde fase veel te maken hebben, maar deze mensen kunnen ook weer uit het zicht verdwijnen. Met je kind blijf je altijd op een speciale manier verbonden. Ook als je kind het huis uit gaat en een eigen weg kiest, blijft je kind een plek hebben in je hart. De relatie ouder-kind is uniek.

Als we deze relatie vanuit het oogpunt van het kind bekijken, kunnen we hetzelfde zeggen. Je ouders denk je niet weg. Ze zijn er en als je te maken hebt met homoseksualiteit in je eigen leven, kan dit gevoelig liggen. Als je bijvoorbeeld op het punt staat je verhaal met hen te delen, kun je je gespannen voelen of zenuwachtig. Als je van orthodox-christelijken huize bent, zul je je misschien afvragen: ‘Hoe gaan mijn ouders hierop reageren? Met begrip, met afwijzing, of weten ze er niet mee om te gaan? Is het iets waar ik openlijk over kan gaan praten of wordt het onderwerp doodgezwegen?’

Voor beide partijen ligt het onderwerp dus gevoelig. Op het moment dat het kind naar buiten komt met zijn (waar ‘zijn’ staat, kan ook ‘haar’ gelezen worden) verhaal is er qua emotionele beleving echter ook een verschil. In zijn houding tegenover zijn eigen homoseksualiteit is hij al door een proces gegaan. Voor zijn ouders komt het nieuws echter uit de lucht vallen. Misschien is het hele onderwerp homoseksualiteit iets wat ver van hen af staat. Nu komt het wel heel dichtbij. Dit nieuws moet verwerkt worden.

Verlies

Sommige ouders kunnen de neiging hebben in eerste instantie het verhaal van hun kind te ontkennen of te relativeren. Zeker als hun kind nog jong is, kunnen ze denken: het is misschien een fase die voorbijgaat. Als het nieuws doordringt, roept dat emoties op. De ouders ervaren het als een vorm van verlies. Niet zoals bij het overlijden van een dierbare, daar raak je letterlijk iemand kwijt; de ander is er niet meer. Het verlies betreft een aspect van iemands leven, bijvoorbeeld: het kind voldoet niet langer aan het beeld dat ze eerst hadden, of: de ouders hadden zich de toekomst anders voorgesteld, hij zal niet met een vrouw thuiskomen en zij niet met een man, er zullen geen kleinkinderen zijn.

Ouders kunnen zich ook zorgen maken over de vraag of het kind het niet extra moeilijk zal gaan krijgen. Christenouders kunnen het ook als een verlies ervaren vanwege hun christelijke overtuiging, waarbij homoseksualiteit als een vorm van gebrokenheid wordt gezien of welke andere term men ook gebruikt. Zeker als het kind ervoor kiest een relatie aan te gaan met iemand van het eigen geslacht, is dat moeilijk te verteren. Zij zullen dan ook niet meegaan in de gedachtegang die velen er in onze samenleving op na houden: ‘Als je kind maar gelukkig wordt...’ Niet-christenen zullen de moeite van deze ouders misschien niet begrijpen. Blijkbaar raakt het christelijke geloof mensen zo diep, dat je kunt spreken van een identiteit. Je hebt niet alleen een geloof, je bent christen en hoort bij Christus, dat raakt je hele wezen. Het doet dan pijn als je kind een andere weg kiest.

Barrières

Waar mensen verlies ervaren, hebben ze ruimte nodig om te rouwen. De kerk zou een plek mogen zijn waar mensen terechtkunnen met hun verdriet. Dikwijls is homoseksualiteit een thema waarover niet gepraat wordt in de kerk. In sommige kerken omdat het als een erg grote zonde wordt gezien. In andere kerken omdat er verlegenheid heerst met dit onderwerp. Ouders kunnen hierdoor het idee krijgen dat ze er in hun kerk beter niet over kunnen praten. Misschien is er ook aan de kant van de ouders een barrière, ze schamen zich of voelen zich schuldig. ‘Had je je kind maar beter moeten opvoeden!’ is wel eens de onterechte reactie.

Dat je kind een homoseksuele oriëntatie heeft, moet niet aan de grote klok gehangen worden, maar binnen pastoraat zou hier aandacht voor mogen zijn. En als ouders een aantal mensen om zich heen hebben bij wie ze terechtkunnen met hun verhaal, kan dat een echte steun zijn.

Perspectief

Niet-christenen zullen misschien menen dat geloof een barrière is voor ouders om te komen tot acceptatie van de homoseksuele oriëntatie van hun kind. Ouders van homoseksuele kinderen kunnen echter in hun geloof juist ook steun vinden en perspectief ontdekken. De Bijbel is realistisch in het beschrijven van hoe mensen, ook gelovigen, geconfronteerd kunnen worden met gebrokenheid. Hebben we er niet allemaal mee te maken? De Bijbel staat vol van verhalen van mensen die aanlopen tegen beperkingen, moeilijkheden, ziekte en zonde. De Bijbel gaat vooral over God die zich ontfermt over zwakke mensen met wie Hij tot zijn doel wil komen. En zelfs als mensen voor een weg kiezen bij God vandaan, hoeft dat niet definitief te zijn. God heeft het laatste woord.

Gods liefde gaat uit naar zwakke, zondige mensen, dat zijn we allemaal. Het is die liefde waar ouders kracht en troost uit mogen putten. En die liefde mogen zij doorgeven. Liefde betekent enerzijds ‘er voor de ander zijn’. Het wordt niet gekenmerkt door de houding: ‘de ander moet doen wat ik vind dat hij moet doen’. Liefde biedt aan de ander ruimte om zijn eigen verantwoordelijkheid te dragen. Liefde betekent daarom anderzijds ook leren loslaten. Maar het is geen onverschillig loslaten. Christenouders mogen hun zoon of dochter in het gebed toevertrouwen aan hun hemelse Vader.

Liefde en waarheid

Ouders kunnen gemakkelijk voorbijgaan aan zichzelf door te toegeeflijk te zijn of juist door heel strak te worden. Het is de balans tussen waarheid en liefde. Ouders die hierin een balans zoeken zullen dit op verschillende manieren vertalen. Een paar voorbeelden:

Jan en Maaike vinden het prima dat hun zoon en diens vriend regelmatig thuiskomen. Ze zijn ook van zijn vriend gaan houden en hebben nu een goede band met hen beiden. Ze zijn het niet eens met hun levenswijze en vinden dat zij de regels in hun eigen huis mogen bepalen. Als ze overnachten, verblijft de zoon dan ook op zijn vroegere slaapkamer en de vriend op de logeerkamer.

Kees en Monica hebben veel moeite met de keuze van hun dochter om te trouwen met een andere vrouw. Ze hebben besloten wel naar de huwelijksceremonie in het stadhuis te gaan – het gaat per slot van rekening om hun eigen dochter – maar ze kunnen het niet opbrengen om naar de huwelijkszegening in de kerk te gaan. Ze proberen hun dochter en diens vriendin uit te leggen waarom ze dit moeilijk vinden.

Karel heeft in het verleden regelmatig gepreekt tegen zijn homoseksuele zoon die al jaren samenwoont met zijn vriend. Karel ontdekte op een bepaald moment dat zijn gepreek weinig heeft uitgehaald. Sinds hij er bewust voor heeft gekozen zijn zoon de vrijheid te geven zijn eigen verantwoordelijkheid te dragen, is er meer ruimte gekomen en is het contact verbeterd. Hoewel Karel het nog steeds moeilijk heeft met de keuze van zijn zoon, kan Karel de genegenheid die hij voelt voor zijn zoon laten zien, iets wat hij vroeger moeilijk vond.

Het verlangen om begrepen te worden

Dikwijls heeft het kind dat een relatie is aangegaan met iemand van het eigen geslacht het sterke verlangen dat zijn ouders deze relatie aanvaarden. Als de ouders moeite hebben met de relatie, kan dat hem boos en verontwaardigd maken. Voor hem is deze relatie zo belangrijk, zijn ouders moeten er maar begrip voor opbrengen. Na verloop van tijd kan het kind oog krijgen voor het feit dat hier voor ouders een stuk pijn ligt, hij begrijpt dat zij hun geloofsovertuiging niet overboord kunnen gooien en dat dit losstaat van ‘houden van’.

Voor de ouders is het van belang om inzicht te krijgen in wat homoseksualiteit is. Dat betekent niet dat ze wat de Bijbel zonde noemt moeten goedkeuren, maar dat ze de honger naar intimiteit en liefde onderkennen die reëel is. Ze gaan zien dat hun zoon of dochter het misschien in sommige fases in zijn of haar leven niet gemakkelijk heeft gehad. Hierdoor hebben ze meer begrip gekregen. Begrijpen is niet hetzelfde als goedkeuren.

Het risico in deze situaties is dat mensen in de manier waarop ze met elkaar communiceren niet verder komen dan dat ze spreken over één aspect van wat er gaande is. Stilstaan bij dieperliggende verlangens en behoeften van de ander kan helpen om tot communicatie van hart tot hart te komen. Men levert niet in op waar men voor staat, daar mag men ook voor uitkomen, maar door een niveau dieper te gaan, vindt een wezenlijke ontmoeting plaats.

Om over na te denken / gespreksvragen:

1. Waarbij ben ik vooral in dit artikel bepaald?

2. Hoe voorkom je ‘onverschillig loslaten’?

3. Wat leerde ik over de balans tussen liefde en waarheid?


Auteur: Reitze Siebesma

Bron: Groei – Jaargang 2010 – nummer 3

Reitze Siebesma was als docent verbonden aan Different. Hij heeft een jarenlange zoektocht gekend hoe als christen om te gaan met zijn homoseksuele gerichtheid. Een crisis in zijn persoonlijk leven was de aanleiding voor het ontdekken van een nieuwe weg. Reitze schrijft regelmatig over het onderwerp homoseksualiteit, spreekt voor groepen en geeft cursussen waarbij allerlei vragen die samenhangen met christen-zijn en homoseksualiteit aan bod komen.

 

 

 

Cookies helpen om u een betere gebruikerservaring te bieden. Door gebruik te maken van onze website, gaat u akkoord met ons gebruik van cookies. OK Meer informatie